Vragen? E-mail de Doping Infolijn:
https:///nieuws/algemeen/item/874/

Doping als speerpunt van de kabinetsnota ‘Sport, Bewegen en Gezondheid’

18 July 2001

Het kabinet neemt zich voor de gezondheidswinst van sport en beweging te vergroten en
tegelijkertijd de gezondheidsrisico’s te verkleinen. De nota ‘Sport, Bewegen en Gezondheid’
geeft aan hoe deze beide doelstellingen worden verenigd. In feite is sprake van een tweesporenbeleid: gezonder leven door meer sport en beweging enerzijds en het voorkomen en genezen van aandoeningen die hierdoor kunnen ontstaan anderzijds.
In de nota wordt de ‘preventie en reductie van dopinggebruik’ beschreven als middel om de gezondheidsrisico’s in de sport te verminderen.

Topsport
Het blijkt dat het voorwaardenstellend en –scheppend beleid van de overheid zijn vruchten heeft afgeworpen. Anno 2001 voert circa 90% van de landelijke sportorganisaties een adequaat anti-dopingbeleid en zijn aan zes sportbonden (voorwaardelijke) kortingen opgelegd.

Het is plausibel om aan te nemen dat topsporters die net tegen de top aanzitten (talenten) of sporters die net over het hoogtepunt van hun sportcarrière geraken, extra gevoelig zijn voor dopinggebruik. In de vierjaarlijkse enquête onder topsporters van het NeCeDo kan extra aandacht worden besteed aan de gedragsdeterminanten bij topsporters.

Dopingcontroles zijn enerzijds bewijs voor dopinggebruik, maar kunnen anderzijds bewijs zijn voor het leveren van ‘schone sportprestaties’. Topsporters worden namelijk onder invloed van diverse belangen steeds meer gedwongen om aan te tonen dat ze geen doping gebruiken. Vandaar dat de afgelopen jaren het aantal dopingcontroles is gestegen en dat de topsporters voorstander zijn van een strenger anti-dopingbeleid.
Gezien het feit dat met de stijging van het aantal dopingcontroles de positieve gevallen niet significant gestegen zijn, is het kabinet van mening dat het jaarlijkse aantal controles (2500) niet dient toe te nemen. Het kabinet zal echter wel speciale aandacht besteden aan de targetcontroles, controles die gericht zijn op specifieke sporters.

Vanaf januari 2002 dienen denksportbonden een anti-dopingbeleid te voeren. Op advies van het NeCeDo zal de dopinglijst bij deze bonden zeer beperkt zijn en zal er internationaal aandacht worden gevraagd voor deze benadering.

Gezien de voedingssupplementenproblematiek (wat is een supplement en wat is een dopinggeduid middel?) dient er meer kennis te komen èn overgedragen te worden aan de sporters. Het NeCeDo is reeds bezig met een haalbaarheidsonderzoek voor een keurmerk op voedingssupplementen. Aan de hand hiervan zullen verdere acties ondernomen worden.

Breedtesport
Doping dient naast het beginsel van fair play ook bezien te worden vanuit een gezondheidsperspectief. Vandaar dat er meer aandacht dient te komen voor de preventie van dopinggebruik in de breedtesport. Het gebrek aan medische begeleiding en het feit dat de Inspectie van Gezondheidszorg (IGZ) in groten getale vervalste dopinggeduide middelen aantreft zijn redenen om aan te nemen dat de gezondheidsrisico’s door dopinggebruik in de breedtesport hoger worden ingeschat dan in de topsport.

Het dopinggebruik in de breedtesport zal middels kwalitatief onderzoek nader worden onderzocht. De resultaten zullen basis zijn voor eventueel nader te formuleren anti-dopingbeleid in de breedtesport waarbij het zwaartepunt zal liggen op preventie van dopinggebruik. Daarnaast kan het beleid zich ook richten op het tegengaan/reduceren van de schadelijke effecten van dopinggebruik.

De activiteiten in het kader van het NeCeDo programma ‘Lijf, Sport & Middelen’ zullen worden gecontinueerd. Het blijkt dat het programma bijdraagt aan kennis-bevordering onder de doelgroep, te weten de sporters in fitnesscentra en sportscholen. Daarnaast wordt getracht de gezondheidszorg in de toekomst actief bij de preventie van dopinggebruik te betrekken.

Illegale handel
Op basis van het voorstel tot wijziging van de WOG (Wet op de Geneesmiddelvoorziening) en WED (Wet op de Economische Delicten) zal de opsporing en vervolging van de illegale handel effectiever kunnen worden aangepakt. (meer info) Het Ministerie van Justitie, de Inspectie van Gezondheidszorg en het Openbaar Ministerie zullen gezamenlijk een plan van aanpak opstellen ter intensivering van de vervolging en opsporing. Verder maakt een voorstel tot wijziging van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren het mogelijk de illegale handel in diergeneesmiddelen strenger aan te pakken.

Internationaal
Deelname aan internationaal overleg blijft een belangrijk aandachtspunt.
Nederland draagt internationaal het standpunt uit dat dopinggeduide middelen pas als zodanig worden beschouwd als zij èn de prestaties bevorderen èn schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarnaast heeft Nederland het standpunt dat de verantwoordelijkheid van de bestrijding van doping bij de sport zelf ligt. Het kabinet acht de aanpak van de (illegale) handel in doping de verantwoordelijkheid van de overheid.

Nederland participeert actief in de Raad van Europa, International Anti Doping Agreement (IADA) en het World Anti-Doping Agency (WADA). WADA wil een stimulerende en coördinerende rol gaan vervullen in het internationale anti-dopingbeleid. Een belangrijk onderdeel daarvan is het streven naar harmonisatie van dopingcontroles, procedures en sancties. (meer info)
Vanaf 1 januari 2002 zal de Nederlandse overheid bijdragen aan de financiering van WADA.

Onderzoek
Bij de advisering en ontwikkeling van het anti-dopingbeleid is onderzoek onontbeerlijk. Er bestaat in eerste instantie behoefte aan de volgende onderzoeken.

  • Kwalitatief onderzoek naar het dopinggebruik in de georganiseerde breedtesport.
  • Onderzoek naar de gedragsdeterminanten van topsporters bij dopinggebruik.
  • In internationaal verband is er behoefte aan meer kennis over de effecten van dopinggeduide middelen, nieuwe technologieën, nieuwe vormen van distributie (internet) en de consequenties hiervan voor het anti-dopingbeleid.
  • Onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen om dopinggebruik in de sport tegen te gaan. Ontwikkeling van beleidsinterventies in de ongeorganiseerde breedtesport hebben daarbij prioriteit.
  • Monitoring van trends. In het onderzoek naar de prevalentie van het gebruik van middelen (alcohol, tabak, drugs e.a.; Nationaal Prevalentie Onderzoek) is doping reeds opgenomen.

Bron: Kabinetsnota ‘Sport, Bewegen en Gezondheid’, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Vragen? Mail naar
  • Antwoord binnen één werkdag
Follow us:  
pillsbank.net

www.steroid-pharm.com/

cialis-viagra.com.ua/