Vragen? E-mail de Doping Infolijn:
https:///nieuws/algemeen/item/911/

Code van invloed op de positie van begeleiders

15 August 2003

Trainer, coach, fysiotherapeut; een greep uit het scala aan begeleiders waar menig sporter zich tegenwoordig mee omringt. Het leveren van topprestaties is meer dan ooit een “team effort”, ook waar het gaat om individuele sporten. De invloedrijke positie van het begeleidend personeel heeft ook zijn weerslag op de dopingreglementering. Golden voorheen niet of nauwelijks specifieke regels voor de begeleider van een sporter, daar brengt de World Anti-Doping Code nu de nodige verandering in.

Toenemende aandacht voor de positie van begeleiders
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, markeerde het begin van een periode waarin in toenemende mate aandacht werd besteed aan de positie van de begeleider bij een overtreding van het dopingverbod door een door hem begeleide sporter. Voordien kon vanwege het ontbreken van regelgeving niets ondernomen worden tegen begeleiders die schuldig waren of hadden bijgedragen aan een dopingovertreding. Een aantal geruchtmakende zaken maakte duidelijk dat ook tegen begeleiders moest kunnen worden opgetreden.

Kentering veroorzaakt door dopingaffaires
De affaire Goeljajev, waarbij de arts van deze Russische schaatser schuldig werd bevonden aan de handel in anabole steroïden, leidde in 1988 tot een bepaling in de IOC-regelgeving die gedragingen van ‘any person’ die het dopingverbod overtreedt strafbaar stelt.
Ook een enkele internationale sportfederatie nam een bepaling omtrent begeleiders op in het dopingreglement. De geruchtmakende zaak rond de sprinter Ben Johnson, leidde tot de vaststelling dat het rond Johnson geformeerde begeleidingsteam niet vrijuit ging. De IAAF legde de coach en arts sancties op.
In Nederland zorgde een tweetal zaken ervoor dat meer aandacht werd besteed aan de positie van de begeleider. Daarbij ging het in het ene geval om het functioneren van een begeleidend arts, wiens handelen tot de nodige vragen leidde. In het andere geval ging het om een trainer die sporters verplichtte om bepaalde voedingssupplementen te gebruiken. Deze gebeurtenis vormde aanleiding om de trainer te ontslaan en te royeren als lid van de bond.

Het ontbreken van specifieke regelgeving
Hoewel er dus vanaf 1988 een toename te zien is van de hoeveelheid aandacht die uitgaat naar begeleiders, dit vertaalde zich tot op heden maar mondjesmaat in relevante regelgeving. Zowel nationaal als internationaal ontbrak het de afgelopen jaren veelal aan specifieke dopingregels ten aanzien van de positie en het handelen van de begeleider. Zo kende iets meer dan de helft van alle overkoepelende internationale sportfederaties in 1997 een bepaling over begeleidend personeel.

World Anti-Doping Code
Met de invoering van de World Anti-Doping Code, die in augustus 2004 moet zijn voltooid, ontstaat er een mondiale dopingregelgeving die zowel door nationale als internationale sportorganisaties zal worden gehanteerd. In die Code zijn bepalingen opgenomen die specifiek van toepassing zijn op begeleidend personeel en hun rol in relatie tot de sporter. De Code biedt een formele basis op grond waarvan tegen begeleiders die een dopingovertreding begaan kan worden opgetreden.
De Code spreekt van Athlete Support Personnel en verstaat daaronder: ‘elke coach, trainer, manager, zaakwaarnemer, teammedewerker, official of medische of paramedische begeleider, die werkt met sporters die deelnemen aan of zich voorbereiden op sportwedstrijden of die sporters onder behandeling heeft’.

Bepalingen uit de Code
De Code bevat voor begeleidend personeel een aantal verboden, verplichtingen en bevoegdheden. Zo is het onder meer verboden om doping in bezit te hebben, in doping te handelen en om betrokken te zijn bij een dopingovertreding van de sporter, bijvoorbeeld door te helpen, gebruik te verhullen of doping toe te dienen.
Verder is het handelen van de begeleider ook van invloed op de sanctie voor de sporter. Die sanctie blijft namelijk ook gehandhaafd als de
begeleider zonder medeweten van de atleet een verboden stof toedient, bijvoorbeeld door met een drankje te knoeien.
Een begeleider die als gevolg van een overtreding wordt geschorst, mag op geen enkele manier meer betrokken zijn bij wedstrijdactiviteiten, ook niet in een andere hoedanigheid of bij een andere tak van sport.
Daarnaast wordt van begeleiders verwacht dat zij sporters voorlichten en adviseren omtrent de dopinglijst. Begeleidend personeel is verplicht om op de hoogte te zijn van het anti-dopingbeleid en de regels, die zowel voor henzelf als voor de sporters gelden.
Tot slot zijn ook begeleiders verplicht medewerking te verlenen aan de dopingcontroles en hebben ze de verantwoordelijkheid om het gedrag en de houding van sporters ten aanzien van doping in gunstige zin te beïnvloeden.

Code leidt tot positieverandering
De bepalingen voor Athlete Support Personnel zullen niet zonder gevolgen zijn voor de positie van begeleiders. Immers, de Code geeft aan hoe een begeleider het reglement kan overtreden en dat op die overtredingen sancties staan, zoals een schorsing. Zo’n schorsing kan ook weer veel nadelige gevolgen hebben. Naast het verbod om ook in een andere functie betrokken te zijn bij de sporter, kent de Code de mogelijkheid dat begeleiders iedere financiële bijdrage wordt ontzegd. Hoe voor het overige in de praktijk de consequenties voor begeleidend personeel eruit zullen zien, is afhankelijk van de exacte invulling die de sportorganisaties aan de Code zullen geven. Vaststaat dat de Code een basis legt die de sportorganisaties opdraagt om de dopingreglementering af te stemmen op de Code. Het NeCeDo werkt momenteel aan een ‘Code-proof’ nationaal dopingreglement voor alle sportbonden in Nederland. Al het begeleidend personeel dat aangesloten bij of lid is van een sportorganisatie, zal dus binnenkort expliciet vallen onder de dopingreglementering en daarnaar moeten handelen.

  • Vragen? Mail naar
  • Antwoord binnen één werkdag
Follow us:  
here www.viagra-on.com

http://rezeptfrei-viagra.com/

http://pills24.com.ua