Vragen? E-mail de Doping Infolijn:
https:///nieuws/algemeen/item/936/

Sancties in de Code: een breuk met het verleden

27 February 2004

De komst van de World Anti-Doping Code heeft een aardverschuiving teweeg gebracht op het gebied van het anti-dopingbeleid. Bestaande regels, procedures en structuren ondergaan momenteel ingrijpende veranderingen. Nergens is het verschil tussen de Code en de bestaande normen echter zo groot als bij de sancties. Het gedeelte van de Code dat de strafmaat beslaat, is vanaf de eerste conceptversie van de Code onderwerp geweest van stevige discussies.

Mini & maxi
Dopingreglementen zijn door de jaren heen altijd uitgegaan van maximum óf minimum sancties. Het gros van de door Nederlandse sportbonden gehanteerde dopingregels bevatte een maximum sanctie per overtreding. De tuchtcommissie van een bond kon als sprake was van een dopingovertreding elke sanctie opleggen zolang het maximum maar niet werd overschreden. Op deze wijze konden tuchtcolleges naar eigen inzicht de specifieke omstandigheden van een geval wegen. Als de sporter bijvoorbeeld verzachtende omstandigheden kon aanvoeren, was het tuchtorgaan in staat de sanctie naar beneden bij te stellen.
Vooral in het buitenland wordt ook gewerkt met minimum sancties. Daar kennen de tuchtorganen dus een bepaalde vrijheid om in individuele gevallen langere uitsluitingen op te leggen. In deze gevallen kunnen deze organen echter geen sanctie opleggen die onder het minimum komt. De gedachte hierachter is dat tuchtcommissies de vrijheid moeten hebben om individuele gevallen te beoordelen en een afweging te maken van de omstandigheden van het geval, maar dat dopingovertredingen als dermate ernstig worden beschouwd dat een op te leggen strafmaatregel niet onder een vooraf vastgesteld minimum mag komen.

Code brengt nieuwe tijden
Een van de voornaamste doelen van het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) is om door middel van de World Anti-Doping Code een einde te maken aan de enorme diversiteit aan sancties op dopinggebied. Het onderscheid tussen minimum- en maximumsancties was namelijk niet het enige verschil met betrekking tot dopingstraffen. Per tak van sport werd bijvoorbeeld het gebruik van het ene dopinggeduide middel als een zwaarder vergrijp gezien dan het gebruik van een ander dopinggeduid middel. Een handboogschutter zal meer prestatievoordeel behalen bij het gebruik van een bètablokker dan bij gebruik van een anabool steroïde. Bij een krachtsporter zal dat juist andersom zijn. Als gevolg van deze verschillen kon de strafmaat bij gebruik van dezelfde stof toch per sport afwijken.
In het streven naar mondiale harmonisatie op het gebied van doping heeft de Code een uniform sanctiepakket geïntroduceerd dat alle sportbonden moeten gebruiken. Het is daarbij niet toegestaan af te wijken van de Code. Het feit dat de Code een pakket regels neerlegt waaraan alle sportbonden, overheden en dopingorganisaties moeten voldoen, wil echter niet zeggen dat de regels daarmee eenvoudiger zijn geworden.

Sancties in de Code
De belangrijkste wijziging die met de Code zijn intrede doet, is het fenomeen ‘standaardsanctie’. Hoewel de Code voor een aantal overtredingen minimum- of maximumsancties kent, geldt voor het merendeel van de dopingovertredingen een standaardsanctie. Dit wil zeggen, dat het tuchtorgaan indien van een overtreding sprake is automatisch tot een straf komt die is aangegeven in de Code. Voor een eerste overtreding is dit normaliter twee jaar uitsluiting en bij een tweede overtreding levenslange uitsluiting.
Alleen indien de sporter, of de beschuldigde begeleider, kan aantonen dat in het specifieke geval geen sprake is van schuld of nalatigheid van zijn kant, kan een tuchtcommissie besluiten de sanctie te reduceren. De toepasselijke periode van uitsluiting vervalt in een dergelijk geval zelfs in zijn geheel.
Het verschil met de oude situatie is dat de tuchtcommissie voorheen de vrijheid bezat allerlei omstandigheden te laten meewegen in de beslissing omtrent de strafmaat. De Code beperkt deze vrijheid dus in verregaande mate. Het
is overigens van belang hierbij te benadrukken dat bij het reduceren van de sanctie vanwege uitzonderlijke omstandigheden nog steeds sprake is van een overtreding. Eventuele diskwalificatie van wedstrijdresultaten blijft dan ook van kracht. De reductie geldt puur voor de duur van de uitsluiting.

Bij tweede of derde overtredingen kan het tuchtcollege besluiten tot strafvermindering met maximaal de helft, indien de sporter in een individueel geval kan aantonen dat geen sprake is van aanmerkelijke schuld of nalatigheid. Tuchtorganen zullen het onderscheid tussen ‘geen schuld’ en ‘aanmerkelijke schuld’ van geval tot geval moeten beoordelen. Simpel geformuleerd komt het er op neer dat de sporter óf niks óf weinig valt te verwijten.

Veel variatie
Zoals gezegd kent de Code naast de standaardsanctie ook nog minimum- en maximumsancties. De Code kent wat sancties betreft een grote diversiteit. Zo schrijft de Code bij overtredingen inzake contact- en verblijfsgegevens een sanctie voor van drie maanden tot een jaar uitsluiting bij een eerste overtreding en twee jaar bij een tweede overtreding.
Verder noemt de dopinglijst van WADA specifieke stoffen (zoals efedrine, glucocorticosteroïden en cannabis) die volgens de Code gemakkelijk kunnen leiden tot onbedoelde overtredingen, doordat ze veel worden gebruikt in medicijnen of waarvan het minder waarschijnlijk is dat ze misbruikt worden als doping. Als een sporter kan aantonen dat het gebruik van een dergelijke stof niet is geschied om de sportprestaties te verbeteren, kan de tuchtcommissie een sanctie opleggen variërend van een waarschuwing tot een schorsing van maximaal een jaar (bij een eerste overtreding). Bij een tweede overtreding bedraagt de straf twee jaar uitsluiting en bij een derde overtreding levenslang.
Ook al staat cannabis dus op de dopinglijst en is gebruik ervan verboden voor alle sporten binnen wedstrijdverband, gebruik leidt niet automatisch tot een schorsing van twee jaar. Een waarschuwing, al dan niet in combinatie met een berisping, behoort ook tot de mogelijkheden.

De Code beschouwt een aantal overtredingen of omstandigheden als extra ernstig. Overtredingen als handel in en toediening van dopinggeduide stoffen levert minimaal een sanctie op van vier jaar uitsluiting en maximaal levenslange uitsluiting. Overtredingen met betrekking tot minderjarigen door begeleidend personeel kennen de zwaarste straf, namelijk levenslange uitsluiting. De specifieke stoffen zijn hiervan echter uitgezonderd.

Additionele bepalingen
Tot slot bevat de Code nog diverse, al dan niet gedetailleerde, bepalingen die regelen wanneer de periode van uitsluiting ingaat, wanneer sprake is van een afzonderlijke overtreding of meerdere overtredingen in hetzelfde geval en de op te leggen sancties in dergelijke gevallen. Verder geeft de Code aan dat sportbonden tuchtrechtelijke uitspraken van andere bonden die consistent zijn met de World Anti-Doping Code dienen te erkennen en respecteren.
Een bepaling uit de Code die uitermate belangrijk is voor sporters en hun begeleiders, maar vooral voor degenen die zich professioneel met sport bezighouden, is het artikel die de status regelt gedurende de schorsing. De Code stelt hier dat de sporter die een periode van uitsluiting is opgelegd tijdens deze periode van uitsluiting ook niet mag trainen bij diens bond of club. Begeleiders mogen geen enkele functie binnen de bond of vereniging vervullen. Op deze wijze probeert de Code personen die de dopingregels overtreden buiten de sport te houden.

  • Vragen? Mail naar
  • Antwoord binnen één werkdag
Follow us:  
курс данабола

http://viagra-on.com

https://pharmacy24.com.ua